PVC parket leggen is goed zelf te doen, ook zonder veel doe-het-zelf-ervaring. De planken klikken in de meeste gevallen gewoon in elkaar, de ondergrond hoeft niet perfect te zijn en het materiaal is licht en makkelijk te verwerken. Hieronder lees je precies hoe je te werk gaat, waar je op moet letten en welke fouten je beter kunt vermijden.
Voorbereiding: de ondergrond controleren
Voordat je begint met het leggen van PVC parket, moet de ondergrond schoon, droog en vlak zijn. Controleer of er oneffenheden zijn: een hoogteverschil van meer dan 3 millimeter per 2 meter geeft later problemen. Kleine hobbels zijn te egaliseren met een dekvloermassa die je eenvoudig zelf aanbrengt.
Verwijder ook stof, resten lijm en los materiaal. Een vuile ondergrond zorgt ervoor dat de planken niet goed blijven liggen of dat er kreunen en krakende geluiden ontstaan tijdens het lopen. Dat klinkt als een klein detail, maar het scheelt achteraf veel ergernis.
Laat de PVC planken ook acclimatiseren. Leg de dozen minstens 24 tot 48 uur in de ruimte waar ze komen te liggen. Zo wennen de planken aan de temperatuur en luchtvochtigheid en krimpen of zetten ze later niet uit.
Wat heb je nodig?
- PVC klikplanken of lijmplanken
- Ondervloer (als het type planken dit vereist)
- Een meetlint en potlood
- Een aftekenliniaal of winkelhaak
- Een stanleymes of een zaag
- Afstandsblokjes (ongeveer 8 tot 10 mm voor de dilatatievoeg langs de wanden)
- Een rubberhamertje of klikblok
- Een plamuurmes of breekijzer voor de laatste rij
Bij klik-PVC parket heb je geen lijm nodig. Bij losliggende of gelijmde varianten gelden andere regels. Controleer altijd wat de fabrikant aangeeft voor het type dat je koopt.
PVC parket leggen: stap voor stap
Leg de eerste rij langs de langste rechte wand van de ruimte. Gebruik afstandsblokjes van zo’n 8 tot 10 mm om ruimte te laten voor uitzetting. Zonder deze dilatatievoeg kan de vloer later opbollen, zeker bij grote temperatuurschommelingen.
Klik de eerste plank aan de volgende: steek de tong schuin in de groef en druk naar beneden totdat je een klik hoort. Werk rij voor rij verder. Zorg dat de kopnaden verspringen: begin de tweede rij met een restant van minimaal 30 cm. Dit geeft een mooier resultaat en maakt de vloer steviger.
Aan het einde van elke rij meet je de laatste plank op maat. Maak een dunne inkeping met een stanleymes en breek de plank door. PVC snijdt makkelijk; een zaag heb je alleen nodig bij specifieke uitsparingen zoals rondom een radiatorpijp of een deurpost.
Bij de laatste rij gebruik je een plamuurmes of breekijzer om de plank op zijn plek te drukken. De ruimte is dan vaak te smal om normaal te klikken.
Rondom deuren en plinten
Zaag de onderkant van deurposten iets weg zodat de PVC plank er netjes onderdoor schuift. Dat is makkelijker dan de plank er omheen knipsen. Leg een restplank als mal onder je zaag om op de juiste hoogte te zagen.
Aan het einde bevestig je plinten of afwerkprofielen. Die verbergen de dilatatievoeg langs de wanden. Bevestig de plinten aan de wand, niet aan de vloer, anders blokkeert de vloer en kan hij niet meer vrij bewegen.
Veelgemaakte fouten bij het leggen van PVC parket
- Geen acclimatisering: planken die te vroeg worden gelegd, kunnen later krimpen en naden trekken.
- Geen dilatatievoeg: de vloer bolt op bij temperatuurwisselingen.
- Te ongelijke ondergrond: klikverbindingen lossen na verloop van tijd op bij te grote hoogteverschillen.
- Naden die uitlijnen: als de kopnaden in elke rij op dezelfde plek vallen, verzwakt dat de verbinding en ziet het er onrustig uit.
PVC parket leggen is een project dat de meeste mensen in een dag afhandelen voor een gemiddelde kamer van zo’n 20 vierkante meter. Neem de tijd voor de voorbereiding, dan gaat het leggen zelf snel en soepel.